Het onwerkelijke beeld: Emblemen, symbolen en metaforen
|
Het Paleis voor Schone Kunsten opent de vierde tentoonstelling in de reeks Het archief van de verbeelding, een samenwerking met het FotoMuseum Antwerpen. Het onwerkelijke beeld toont een 70-tal foto’s die niet zozeer verslag willen uitbrengen over feiten en toestanden maar wel een ideële, poëtisch-filosofische visie op mens en maatschappij vertolken.
Verschillende stromingen komen in de tentoonstelling aan bod, waaronder het surrealisme, het picturalisme, de subjectieve fotografie en de analytische fotografie.
Een eerste fotograaf die zich intens met een onderzoek naar de beeldende mogelijkheden van het nieuwe medium heeft beziggehouden is de ‘mede-uitvinder’ van de fotografie, William Henry Fox Talbot. Hij werd zich snel bewust van de ambiguïteit van de fotografie: enerzijds zijn foto’s een waarheidsgetrouwe representatie van een anekdotische werkelijkheid, maar anderzijds zijn ze ook ingeschreven in een ruimere beeldcultuur, waarbij ze kunnen uitgroeien tot metaforische, symbolische of zelfs allegorische voorstellingen die hun inhoud slechts prijsgeven bij nadere beschouwing. Zo vertolken zelfs negentiende-eeuwse foto's, ondanks hun hoofdzakelijk documentaire karakter, vaak ook een mijmering over tijd en vergankelijkheid, over traditie en vernieuwing en over de geldigheid van normen en waarden.
Met de internationale stijlbeweging van het picturalisme, met bij ons Gustave Marissiaux, Alexandre en Leonard Misonne als belangrijke vertegenwoordigers, wordt de fotografie beïnvloed door het symbolisme in literatuur en schilderkunst. Er werd ook uitdrukkelijk erkenning opgeëist voor de fotografie als een volwaardig artistiek medium.
Alfred Stieglitz is de voornaamste vertegenwoordiger van het picturalisme in de Verenigde Staten. Hij staat bekend voor zijn foto’s die niet een realiteit willen afbeelden, maar wel sferen en emoties evoceren. Deze ‘Equivalent’-fotografie van Stieglitz kende in de Verenigde Staten een indrukwekkende invloed die ook vandaag nog nawerkt.
Ook in Europa ontwikkelde zich een nieuwe fotografie die via de plastische kunst in relatie stond met het constructivisme en het utopische socialisme. Fotografen gingen experimenteren met allerlei vormen van abstracties, geometriserende composities en onverwachte perspectieven. Moholy-Nagy weerde in zijn fotogrammen zelfs elke vorm van verwijzing naar een externe werkelijkheid. De spankracht van deze beelden schuilt in de kloof die ontstaat tussen de herkenning van een vertrouwde werkelijkheid en de confrontatie met de eigenzinnige, vervreemdende wijze waarop die werkelijkheid tot ‘beeld’ werd vertaald.
Een andere vorm van ‘onwerkelijke’ fotografie was de surrealistische fotografie. Zij ontkrachtte het naïeve idee van een objectieve waarheid en legde andere betekenissen bloot uit de diepere lagen van ons bewustzijn.
Vanuit de wens zich te distantiëren van zowel goedkoop estheticisme als van elke vorm van functionalisme, wierp Otto Steinert zich na WOII op als woordvoerder van een nieuwe generatie. Met de term ‘subjectieve fotografie’ riep hij fotografen op hun subjectieve blik op de wereld en op hun medemens expressief vorm te geven. Tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de subjectieve fotografie in eigen land rekenen we Julien Coulommier, Antoon Dries, Serge Vandercam, Gilbert de Keyser, Robert Besard en Marcel Permantier.
Deze stellingname evolueerde langzaam tot een analytische fotografie, een onderzoek naar de parameters die de fotografische beeldvorming en de perceptie daarvan bepalen. Ook kunstenaars, actief in domeinen zoals conceptuele kunst, land art of performance gingen steeds vaker een beroep doen op fotografische beelden om hun concepten, projecten of interventies te documenteren. Een reflectie over de betwistbare objectiviteit of betrouwbaarheid van deze documentatie maakte bij sommige van deze kunstenaars integraal deel uit van hun werk.
Met ondermeer: Charles Nègre, Achille Quinet, Julia Margareth Cameron, Henry Peach Robinson, James Craig Annan, Fernand Khnopff, Léon Bovier, Léon Snyers, Léonard Misonne, Pierre Dubreuil, Georges H. Seeley, Alvin Langdon Coburn, Edward Steichen, Alfred Stieglitz, Edward Weston, Alexander Rodchenko, André Kertesz, Man Ray, Wols, Raoul Ubac, Piet Spoor, Manuel Alvarez-Bravo, Serge Vandercam, László Moholy-Nagy, Aaron Siskind, Minor White, Paul Caponigro, Julien Coulommier, Antoon Dries, Jeffrey Silverthorne, Floris Neususs, John Baldessari,...
Co-productie: BOZAR EXPO | FotoMuseum Antwerpen.
|
|