|
Boerenleven uit de verf
|
Over regionale schilderskolonies en de idylle van het platteland.
Eind 19de, begin 20ste eeuw vindt er in de schilderkunst een herwaardering plaats voor het boerenleven als schildersgenre. Als reactie op de industriële revolutie, de mechanisatie van de landbouw en de verstedelijking, ontstaan nostalgische gevoelens over het ongerepte landschap en het onbedorven boerenleven. Het besef groeide dat dit alles zou verdwijnen en men wilde dit vastleggen. In Heeze en Bladel in de Brabantse Kempen en in Mol in de Belgische Kempen ontstonden schilderskolonies. Naar Heeze trokken onder anderen Roland Larij, Walter Castle Keith, Johannes van de Wetering de Rooy en Suze Robertson. Zij trokken weer autochtone Brabantse schilders aan als Jan Kruysen, Antoon Kruysen, Peter van den Braken en Piet van Wijngaerdt. Bladel is ontdekt door de Belgische schilder en fotograaf Victor de Buck. Via hem is Jozef Gindra er komen werken. In Mol was de Rotterdamse schilder Jakob Smits actief. Ook hij trok andere schilders aan. Na de tweede wereldoorlog is het met de schilderskolonies gedaan. Toch bleef voor een aantal schilders, waaronder Martin Roestenburg, Dorus van Oorschot en Frans Manders, het boerenleven een geliefd thema.
|
Exposerende kunstenaar(s) / exhibited artist(s):
Victor de Buck
-
Roeland Larij
|
Museum Kempenland
St. Antoniusstraat 5-7, 5616 RT Eindhoven, 040-2529093, open: M.i.v. 9 januari 2012 is het museum gesloten
Expositieperiode van 30 januari t/m 21 maart 2010
|
|