|
Informaliteit - kunst, economie, precariteit
|
De tentoonstelling ‘Informaliteit’ komt voort uit de toenemende aandacht voor onze bancaire economie en de belangstelling voor alternatieven daarvoor. Ze is ook een eerste bezinning op de rol van de kunst en kunstenaars in een sfeer van crisis en cultuurbezuinigingen.
De tentoonstelling ‘Informaliteit’ betrekt zich specifiek op de idee van de informele economie. Informele economie is dat deel van de handel en dienstenverlening die zich buiten het zicht van het formele geldverkeer voltrekt: buiten het zicht van de belastingdienst, controlerende overheidsinstellingen en het bancaire circuit. In het westen is het aandeel van de informele economie in de totale economie ongeveer 11%. Op andere continenten, zoals Afrika en Latijns-Amerika maar ook in voormalige Oostbloklanden, is het aandeel informele economie op het totaal vaak dominant. Schattingen lopen op tot soms wel 99%, zoals onlangs in het geval van Egypte. De beperkingen van de informele economie worden ook wel gezien als een directe aanleiding voor de ‘Arabische Lente’. Op informele en ongecontroleerde arbeid is het immers moeilijk een lening af te sluiten en voor banken is informele handel onbruikbaar als middel voor financiële leverage.
‘Informaliteit’ bekijkt dit fenomeen vanuit het perspectief van de kunst en betrekt daarin ook informele aspecten van de kunstwereld zelf. Zo is de positie van de kunstenaar, ook in Nederland en zeker na de grove bezuinigingsronde op de cultuurbegroting, een precair gegeven. Niet zozeer in de kunst als wel in het kunstenaarsbestaan spelen allerhande facetten van informele economische relaties – die vaak verborgen blijven.
Kunstenaars Domestic Workers Union / Matthijs de Bruijne / Detour, Doug Fishbone, Kaleb de Groot, Jose Antonio Vega Macotela, Marc Roig Blesa / Rogier Delfos, Senam Okudzeto
|
|