North Amsterdam

Buiksloterweg - Ponthuys - Shell terreinAmsterdam NoordNederland
 info@northamsterdam.com
www.northamsterdam.com
za en zo 13.00-17.00
toegang gratis

Overige informatie

Geschiedenis
+ + lees meer...

De tol werd in 1662 gesticht om de onderhoudskosten van de weg en vaart te vergaren, die hier van IJ naar Buiksloot, Broek, Monnickendam, Edam en Hoorn voerden. De weg en vaart waren aangelegd nadat al sinds 1631 een voorstel van deze strekking was gedaan. De tolgaarder woonde hier en was tevens belast met het toezicht op de handhaving van de keuren in de Volewijck, waartoe hij de titel van substituutschout kreeg. Vaak klopten late of verlate reizigers bij hem aan voor onderdak, omdat Amsterdam vanaf het IJ onbereikbaar was tussen zonsonder- en -opgang. De in het IJ geplaatste palenrij was dan gesloten. Het IJ was toen trouwens aanzienlijk breder door het ontbreken van het Stationseiland, waardoor de Prins Hendrikkade dus buitenkade was. Een verblijf in de open lucht bij de kletterende geraamtes was niet zo aantrekkelijk. De tolgaarder begon al spoedig met het verstrekken van maaltijden en dranken en het duurde niet lang of ook het overnachten was mogelijk.

Het toltarief bedroeg in 1846:
1 persoon in of op Rij of Voertuig of te paard: 1 cent
voor ieder paard, hetzij los, onder de man of voor een rij of voertuig gespannen: 5 cent
voor iedere koe, os, stier of vaars: 2,5 cent
voor iedere ezel, kalf of varken: 1 cent
voor ieder schaap: 0,5 cent

Nog voor het eind van de 17de eeuw was een bezoek aan het Tolhuis voor veel Amsterdammers een uitje op de vrije dagen, waarbij de vogels in de groene houtwallen zongen en het vee graasde. Vaders toonden de kinderen het galgenveld en moeders verhaalden van de kinderboom en ieder genoot van het uitzicht op de fraaie stad. Door de gemeente Amsterdam werd in 1770 aan de oever van het IJ nabij het Tolhuis een theekoepel geplaatst. Het is een doorslaand succes en in 1785 werd het bouwwerk door stadsarchitect Abraham van der Hart aanzienlijk vergroot en verfraaid. Belangrijke gasten waren ongetwijfeld op 21 juli 1773 stadhouder Willem V en in oktober 1811 keizer Napoleon. Het was er zeer druk en de gemeente Amsterdam besloot in 1858 het complex uit te breiden. Stadsarchitect B. de Greef maakte het ontwerp en aannemer M. Lucassen uit Lent bouwde naast de bestaande herberg twee nieuwe gebouwen, voorzien van een fraai plantsoen door stadsingenieur P. van der Sterr. De gebroeders Goedkoop en Govert Schalk huurden het geheel en lieten het evenals latere exploitanten uitgroeien tot een enorm vermaakscentrum. Toch kent ook het Tolhuis zijn betere en mindere periodes. In 1894 overlijdt Pieter Mol, die al sinds 1878 exploitant is. Zijn vrouw zet het etablissement tot 1901 voort, waarna haar oudste schoonzoon, de heer W. Krobholler, de exploitatie op zich nam. In 1909 wordt hij opgevolgd door de heren A.C.N. Schmidt en W. van Hillen Gorge. In 1913 werd de fraaie tuin afgesloten en volgebouwd met barakken ten behoeve van de ENTOS. Hierna werden de barakken gebruikt als dependance van de Oranje Nassaukazerne, waar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een gebrek aan ruimte was ontstaan. De heer P.C.J. Hillen wordt in 1920 exploitant en draagt de dagelijkse leiding in 1938 over aan het echtpaar W.H.C. Adema. Zij zullen in 1950 ook de directie van hem overnemen. Zij zijn het die gedurende de Tweede Wereldoorlog zorgen voor een opvang van katholieke kerkgangers als de Sint Rita aan het Hagendoornplein in 1943 bij een mislukt bombardement zwaar beschadigd is. Maar ook in de Hongerwinter kon een ieder hier zijn met veel moeite vergaarde levensmiddelen stallen als er bij de Tolhuispont gepatrouilleerd werd.

Alvorens over te gaan tot de buitendijkse landuitbreidingen ter weerszijden van de Volewijck zullen we eerst het galgenveld onder de loep nemen. Op een galgenveld waren altijd galgen aanwezig alsmede een rad en een paal. De galg bestond vaak uit een driehoek met dwarspalen verbonden boven een gemetselde ronde of driehoekige kuip. Op de stenen zuilen waren gemeentewapen dragende leeuwen afgebeeld. Het veld in de Volewijck was ingericht zoals beschreven met een galg in renaissance stijl, waar de gehangenen overigens weinig oog voor hadden, twee stokken met rad en twee kale pennen of staken voor de gewurgden. Afhankelijk van de wijze waarop men ter dood was gebracht werd men ook hier, na wurging, aan de paal gebonden, na het radbraken op het rad gezet of weer opgehangen na ophanging. Boven het lijk aan de galg plaatste men dikwijls het voorwerp waarmee de gehangene zijn of haar slachtoffers maakte (mes, bijl, kei, enz.).

Shell
Aan de Buiksloterweg en de rand van het IJ stond rechts van de Tolhuispont het IJpaviljoen. Het paviljoen werd gebouwd in 1912 na een voordracht hiertoe en kreeg een groot terras aan het water. Het interieur van 1916 was een ontwerp van architect P.L. Kramer.

De houten lantaarns op een gemetselde voet waren een ontwerp van PW uit het begin van de twintiger jaren. De beste jaren had de uitspanning gedurende de ENTOS en de ELTA, maar verder voldeed het niet aan de verwachtingen en was zeer slecht te exploiteren. Van 1932 tot 1936 stond het paviljoen leeg, maar toen lieten een aantal in noord gevestigde verenigingen, waaronder het NVV en de SDAP, weten het te willen huren voor een jaar met een optie voor nog eens vier jaar. In 1938 kwam de BPM met het verzoek aan de gemeente het pand te mogen kopen om het als bedrijfsrestaurant te gaan gebruiken. De gemeente stemde met dit plan in. Ook toen Shell op het terrein kwam bleef het paviljoen als zodanig in gebruik. Deze activiteit stopte pas in 1977 en in hetzelfde jaar volgde de sloop. Nu resten nog twee in 1912 geplaatste natuurstenen meerpalen.

Fokker
Honderd jaar geleden zag Amsterdam Noord er nog even landelijk uit als Waterland nu. De Buiksloterham was nog een poldergebied. Zes boerenbedrijven en het Tolhuis domineerden het landschap. Pas bij het Uitbreidingsplan van 1906 werd besloten dat het gehele gebied bestemd zou worden voor stadsuitbreiding. Zo werden er in de loop der jaren bijzondere buurten gebouwd, van Disteldorp tot het IJ-plein. Grote industrieŽn beleefden in die honderd jaar hun bloeiperiode in Noord. Maar in het begin was er in Noord nog ruimte in overvloed. In ieder geval genoeg voor een vliegveldje. Na de Eerste Wereldoorlog was de luchtvaart in een enorme stroomversnelling geraakt. De kennis opgedaan in de oorlogsjaren kon mooi worden benut in de burgerluchtvaart. Aan de Papaverweg in Amsterdam Noord werd daarom in 1919 een heel bijzondere show georganiseerd. De Eerste Luchtvaart Tentoonstelling Amsterdam (de ELTA) opende na een half jaar voorbereiding haar poorten. Van begin augustus tot half september was Amsterdam Noord even het centrum van ons land. In die korte tijd passeerden bijna een half miljoen mensen de kassa's van de ELTA. Al in het voorjaar van 1919 had Anthony Fokker er voor gezorgd dat hij de verlate terreinen van de ELTA kon gebruiken voor zijn nieuwe vliegtuigfabriek. Hij was als beroemd vliegtuigontwerper uit Duitsland teruggekeerd met een treinlading vliegtuigen en een grote som geld. Duitsland had de Eerste Wereldoorlog verloren, daar was voorlopig niets te beleven in de luchtvaart. Jammer voor Fokker dat het vliegveld niet verder te gebruiken was door de oprukkende woningbouw. Er werd een slimme oplossing bedacht. De gereedgekomen vliegtuigdelen werden op dekschuiten naar Schiphol vervoerd en daar in elkaar gezet.

De fabriek aan de Papaverweg werd rond 1930 de hoofdvestiging van een wereldberoemd vliegtuigmerk. De N.V. Nederlandsche Vliegtuigenfabriek Fokker was korte tijd de grootste producent van vliegtuigen in de wereld. In 17 fabrieken werden Fokkers in licentie gebouwd. Vanaf het moment dat Anthony Fokker besloot om vliegtuigen te bouwen is hij niet uit het nieuws geweest. Het waren altijd bijzondere toestellen, met de laatste snufjes aan boord. Aanvankelijk werden in Amsterdam vooral passagiersvliegtuigen gebouwd. Er waren beroemde vliegtuigen bij, zoals de Pelikaan en de Snip. Nederland had, met zijn verre koloniŽn, behoefte aan goede en snelle lange-afstands-vliegtuigen en Fokker bouwde ze. Toen Douglas geheel metalen toestellen met intrekbare landingsgestellen introduceerde nam deze de leidende positie langzaam over. De Fokker vliegtuigen werden nog te lang samengesteld uit gelaste buizen, hout en gelakte linnen bespanning. Langzaam kwam de klad in de bouw van passagiersvliegtuigen, ondanks mooie ontwerpen als de F36. De oplossing werd gevonden in het samenwerken met de Amerikanen. Fokker bouwde voortaan de DC's voor heel Europa. Aan het eind van de jaren dertig trok de vraag naar kleine Fokkers weer aan door de internationale politieke spanningen. Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden in Noord opnieuw revolutionaire militaire en watervliegtuigen ontworpen.

Na de inval van de Duitsers in mei 1940 is Fokker's vliegtuigenfabriek direct onderdeel geworden van de oorlogsindustrie van de bezetter. Daardoor werd de Papaverweg doelwit voor de geallieerde bommen. Aanvankelijk waren de aanvallen op de fabriek niet erg nauwkeurig. Tijdens het bombardement van 17 juli 1943 werd een woonwijk getroffen, met 157 doden en veel gewonden als gevolg. De fabriek kwam, ondanks slimme camouflage, een week later toch ook aan de beurt. Op 25 juli troffen tien Mitchell bommenwerpers doel. Aan het einde van de oorlog bleef het bedrijf berooid achter, de fabriek was vernield en de machines waren geroofd door de Duitsers. Na de oorlog werd de verwoeste fabriek aan de Papaverweg met vereende krachten herbouwd. Maar er moest nog veel worden geregeld voordat opnieuw aan het assembleren van de Douglas DC3 kon worden begonnen.

Er was aan alles een tekort in het land, dus werden er ook andere zaken geproduceerd, van autobussen tot fluitketels. Later werden er nog Gloster Meteor en Hawker Sea Fury straaljagers in licentie gebouwd. Maar een ťchte Fokker werd er in Noord niet meer geboren. Over de succesvolle nieuwe Fokker F27 Friendship is misschien wel nagedacht in Amsterdam Noord, maar zij werd pas gebouwd in 1955, in de nieuwe vestiging op Schiphol. Door Fairchild werden een paar jaar later zelfs weer Fokkers in Amerika gebouwd.

Simon Kool stelde een fototentoonstelling samen over Fokker in Noord. De beelden komen uit de volgende archieven:
Aviodrome Documentatiecentrum Lelystad/Maria Austria Instituut-KLM archief/Historisch Centrum Amsterdam Noord/Spaarnestad Fotoarchief/Gemeentearchief Amsterdam/Kors van Bennekom/Shell Amsterdam.


North 2004
21/8/2004 - 26/9/2004
 


Galeries.nl is sinds kort weer in de lucht, maar om de site up-to-date te houden ben ik op zoek naar vrijwilligers die bereid zijn om actuele exposities toe te voegen. Mail naar info@galeries.nl indien u hiervoor belangstelling heeft.

Op deze plek, in de rechter kolom, kunnen advertenties worden geplaatst.

Benno Tutein Nolthenius