Meester van Paulus en Barnabas

Zijn noodnaam is afgeleid van een schilderij met de voorstelling van Paulus en Barnabas te Lystra dat zich in het museum te Budapest bevindt. Hij is werkzaam geweest in Antwerpen in de periode 1530-1550 en was actief in het atelier van Jan Sanders van Hemessen (1500-1556). Op de schilderijen van Van Hemessen schilderde deze anonymus vooral de achtergrondtaferelen, de kleine figuren, zoals op de Parabel van de Verloren Zoon in de Koninklijke Musea te Brussel uit 1536 of het korte tijd later geschilderde triptiek met Het Laatste Oordeel in de Rockoxkapel van de Antwerpse Jacobskerk. Hij was echter ook verantwoordelijk voor de buitenluiken van het zogenaamde O’Campo-triptiek in het Petit Palais in Parijs, voorstellend de Heiligen Petrus en Stefanus. Met die figuren heeft De Zondeval de meeste aanknopingspunten. Een ander werk dat nauw verwant is, betreft de Heilige Maagschap in Kassel. Deze drie schilderijen werden omstreeks 1530 geschilderd en behoren tot het vroegere werk van de kunstenaar.

Een typerend laat werk is het drieluik met de Kruisiging in de Hermitage. Dat werk staat bijzonder dicht bij de vroege schilderijen van Pieter Aertsen, met name diens Drieluik van Jan van der Biest uit 1546 in het Antwerpse Maagdenhuis. Het is zeker verleidelijk om de schilder Pieter Aertsen achter de Meester van Paulus en Barnabas te vermoeden, temeer omdat er uit Aertsens vroege tijd in Antwerpen weinig tot niets bekend is.

De volgende musea/instellingen hebben werk in hun collectie:
Bonnefantenmuseum, Maastricht


Werken Toon afbeeldingen in apart venster

toon detailinformatie >>

(advertentie)