|
Aart Roos
(1919-2009)
>> voorbije exposities / past exhibitions
Over de kunstenaar Geboren in Zaandam.
De Nederlandse kunstenaar Aart Roos wordt beschouwd als een belangrijke naoorlogse abstract-expressionist. Zijn honderden olieverf- en acrylschilderijen, gouaches, tekeningen, litho’s, beelden, sgraffito’s, muurschilderingen, mozaïeken en glas- in loodramen, vormen een indrukwekkend oeuvre.
Het kunstenaarschap van Aart Roos bestrijkt een periode van zestig jaar. Vanaf het begin is zijn leven een passionele zoektocht naar nieuwe vormen en stijlen geweest. Die passie, gevoed door een bijzonder beeldend vermogen en een gevoel voor kleurnuances, komt in al zijn werk tot uitdrukking en geven het een unieke zeggingskracht. Roos wordt geboren op 28 augustus 1919 als enig kind van Leentje Kabel en Gerrit Roos, houtwerker te Zaandam. Zijn vader brengt hem de liefde voor de natuur bij en moedigt hem aan te leren tekenen. Op veertienjarige leeftijd komt hij van de lagere school en gaat in de leer bij een huis- en decoratieschilder. Daarna volgt hij een cursus in letter- en reclameschilderen en vrij tekenen. Hij wil dan al kunstschilder worden en tekent veel in de vrije natuur. In 1937 bezoekt hij een grote expositie van Kees van Dongen in het Amsterdams Stedelijk Museum.
Van 1939 tot 1941 werkt hij bij Fokker, maar na de februaristaking neemt hij ontslag. Kort daarna maakt hij kennis met kunstschilder Gerrit Woudt bij wie hij veel portretten en stillevens tekent. Op aanraden van zijn leermeester doet hij toelatingsexamen voor de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij slaagt en kan zich nu geheel aan de kunst wijden; het betekent een keerpunt in zijn leven.
Zwerftochten Met zijn klasgenoten, onder andere Jef Diederen, Pieter Defesche, Corneille, Karel Appel en Ko Sarneel, tekent hij twee jaar model bij prof. G.V.A. Röling. In die jaren ontstaan de eerste schilderijen. Door oorlogsomstandigheden wordt de Academie in 1944 gesloten. Aart Roos duikt met zijn vriend, de schilder Jaap Stellaart, onder in een leegstaand huisje achter het dorp Westzaan. Het wordt een moeilijke tijd, vooral wanneer de hongerwinter aanbreekt en Stellaart in december vertrekt. Daar buiten schilderen te gevaarlijk is, maakt Roos in die tijd voornamelijk stillevens. Na de bevrijding keert hij niet meer terug naar de Academie, maar hij begint door Nederland te zwerven, woont korte tijd in Friesland en vertrekt in augustus 1946 naar Menton in Zuid-Frankrijk. Hij maakt er veel tekeningen. De kost verdient hij met het opknappen van een hotel en het helpen bij de wijnoogst. Hij bezoekt Parijs. In galeries ziet hij werk van Constant Permeke dat grote indruk op hem maakt. In 1947 keert Roos terug naar Holland waar hij Stellaart weer ontmoet. Hij vindt een atelier op een zolder in Zaandam en schildert daar vooral interieur en model. Voorjaar 1948 bouwt hij een atelier in de molen ‘De Os’ aan de Zaan bij Zaandijk. Het stilleven verdwijnt dan geheel uit zijn werk; mensen en landschappen worden het hoofdthema. In die tijd ontstaan de doeken ‘Fabrieksarbeider’, ‘Moeder en kind’ en ‘Fluitspeler’. Met reclametekenen verdient hij de kost. Roos wordt actief in de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK) waarvan hij vanaf de oprichting lid is geworden. Samen met Cor Dik en Jan Kassies bepleit hij de invoering van de ‘contraprestatieregeling’ in de Zaanstreek. Als tweede, na Amsterdam, besluit de gemeente Zaandam deze regeling in te voeren. Aart Roos verkoopt in 1951 voor het eerst een schilderij aan Zaandam; daarna wordt er geregeld aangekocht en kan hij stoppen met het reclamewerk. Uit die periode dateren de schilderijen ‘Maanlandschap’, ‘Bruidspaar’ en ‘Zaangezichten’.
Huis De Meeuwen In 1952, op een feest in de Amsterdamse sociëteit De Kring, ontmoet hij Amy Hilversum, lerares aan het Montessori Lyceum, met wie hij in 1954 trouwt. In 1953 helpt hij bij de watersnoodramp in Zeeland, waarna een serie tekeningen en schilderijen over die ramp ontstaat. In datzelfde jaar kopen hij en zijn vrouw het vervallen buitenhuis ‘De Meeuwen’ in Edam en beginnen ze te werken aan de restauratie van huis en tuin. In ‘De Meeuwen’ werkt Aart Roos onder andere aan ‘Straatmuzikanten’, ‘Moeder en kind’ en ‘Oorlog’. In 1956, als de Amsterdamse schilder Ed Dukkers hem vraagt samen een pakhuiszolder op de Lauriergracht te huren, krijgt hij zijn eerste atelier in Amsterdam. Vanaf 1957 blijft hij toch weer vaak in het atelier aan het IJsselmeer werken; hij combineert het gigantische karwei van de restauratie van ‘De Meeuwen’ met het schilderen en tekenen. Daar ontstaan de eerste grote doeken zoals ‘Kind in atelier’ en ‘Aanbidding der totems’. In 1958 wordt hij aangenomen als lid van de Vereniging van Beoefenaars Monumentale Kunsten (VBMK) en weldra komen de eerste opdrachten binnen voor muurschilderingen, glasramen, mozaïeken en sgraffito’s. In januari 1959 wordt zoon Martijn geboren. Langzamerhand krijgt Roos weer behoefte aan het werken in Amsterdam en in 1962 betrekt hij een groot atelier op Noorderstraat 81, hartje centrum.
Productieve jaren De daarop volgende jaren worden zeer productief. Tekeningen en studies maakt hij voornamelijk in Edam, de grote schilderijen in Amsterdam. Dit is de periode van werken als ‘Lichaam op kruis’, ‘Convergentie’ en ‘Monument’. In 1964 maakt hij de muurschildering ‘Geboorte, Leven en Dood’ in Museum Fodor voor de manifestatie Muur ’64, onder auspiciën van de VBMK. In 1968 krijgt Aart Roos een aanstelling als docent monumentale kunst aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Het jaar daar op verlaat hij de BBK en wordt lid van BBK ’69. Hij krijgt in 1972 de kans een paar boerenstallen met hooischuur in de nabijheid van ‘De Meeuwen’ te kopen en bouwt er een groot en licht atelier in, dat hij in 1973 betrekt. Dit betekent het einde van de periode Amsterdam. Zijn vaste galerie wordt Nouvelles Images in Den Haag. In 1979 wordt Roos uitgenodigd om lid te worden van de Amsterdamse kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae. In juni van datzelfde jaar vindt er een gigantische overzichtstentoonstelling van het werk van Aart Roos plaats in de Grote Kerk te Edam. Er worden 143 werken tentoongesteld, waarvan er vele verkocht worden. Na deze mijlpaal stopt Roos enige jaren met schilderen. Gebrek aan inspiratie en onzekerheid over zijn kunstenaarschap spelen hem parten. Hij stort zich op het verbouwen en restaureren van zijn atelier. In 1980 stopt hij ook met lesgeven aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
Nieuwe dimensies Rond 1983 komt hij deze moeilijke periode te boven. Zijn nieuwe werk, aanvankelijk tekeningen, later ook schilderijen, is volkomen fris en eigentijds en kent nieuwe dimensies. Er volgen talloze exposities en er wordt een documentaire over hem gemaakt. Zijn nieuwe galerie wordt Galerie Nine, eigendom van Nine van Caldenborgh, echtgenote van zijn zeer goede vriend en collega Lei Molin. In deze periode ontstaan onder andere de doeken ‘Vagebond’ en ‘Circle of birds’. Aart Roos wordt in deze jaren steeds vaker betiteld als de ‘nestor van de Waterlandse kunstenaars’ en krijgt in 1995 in Museum Waterland te Purmerend een gezamenlijke eretentoonstelling met vrienden en kunstbroeders Ger Lataster, Jan Sierhuis, Pierre van Soest, Lei Molin, Jef Diederen en Pieter Defesche. Lei Molin zelf is er niet bij, daar hij, tot groot verdriet van Roos, in 1990 overleden is. Aart Roos’ tachtigste verjaardag in 1999 wordt eveneens gevierd met een expositie en een uitbundig feest. In 2001 wordt hij getroffen door een hersenbloeding die hem een blijvende handicap aan een arm en een been bezorgt. Hij is dan al enige jaren gestopt met schilderen. In 2003 verlaat Roos zijn geliefde Edam en verhuist naar verzorgingshuis ‘De Tien Gemeenten’ te Purmerend. Daar woont hij heden ten dage nog. Zijn atelierboerderij verkoopt hij. Begin 2004 wordt op instigatie van collega’s en vrienden de ‘Stichting Aart Roos’ opgericht. Roos schildert weliswaar niet meer, maar volgt de schilderkunst nog altijd. Onlangs nog gaat hij, ofschoon slecht ter been, naar de openingen van oud-leerling en bewonderaar Pieter Warffemius en vriend en collega Marinus Fuyt. En ook met zijn boezemvriend en medekunstenaar Jan Sierhuis heeft hij nog intens contact. Edam bezoekt hij regelmatig, al is het alleen al omdat zijn echtgenote Amy en zijn vriendin Tine daar beiden wonen. Aart Roos is nu 86 jaar oud.
De volgende gemeenten hebben werk in de openbare ruimte:
Kunst Openbare Ruimte Amsterdam, Amsterdam
|
Werken Toon afbeeldingen in apart venster
Zonder titel, 1991, 106 x 75 cm Galerie De Groene Poort
Moeder en kind, 1960, 64 x 54 cm Galerie De Groene Poort
De Klok, 60 x 75 cm Galerie Helga Hofman
|