Michele Tabor

 
Young footballer

Over de expositie

Michele Tabor (Johannesburg, 1951) groeide op in Zuid-Afrika ten tijde van het apartheidsregime. Ze volgde een opleiding aan de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg, waar zij zich schoolde in kunstgeschiedenis, kunsttheorie en practicum. Hoewel de Zuid-Afrikaanse kunstwereld volgens haar zeer degelijk was, ontvluchtte ze vanwege de benauwde sociale en culturele situatie, haar geboorteland. Via Londen, waar ze een opleiding druktechnieken voltooide, belandde ze uiteindelijk in Amsterdam. Daar vestigde zij zich in 1975 definitief. Michele Tabor exposeert in december recent werk bij SBK Breda. Reden voor een interview met deze kunstenares over haar werk.

Wie zijn de personen die je hebt afgebeeld?


"Het zijn portretten van Zuid-Afrikanen. Ze komen voort uit mijn persoonlijke archief van boeken, kranten, tijdschriften, foto's en ansichtkaarten. Ik gebruik ze als uitgangspunt. Tijdens het tekenen transformeer ik ze zowel qua vorm als qua uiterlijk."

Wat opvalt, is dat het vooral zwarte personages zijn. Waarom heb je daarvoor gekozen?

"Ik ben nog steeds diep verbonden met Zuid-Afrika. Het moest op een of andere manier wel een belangrijke plaats in mijn werk krijgen. En de keuze voor zwarte mensen is niet onlogisch. Zwarte mensen maakten altijd een bijzonder groot deel uit van mijn leven daar."

Het heeft dus te maken met je jeugd in Zuid-Afrika?

"Ja, als kind groeide ik op temidden van zwarte mensen. Maar sociaal gezien kende ik er eigenlijk geen een. De zwarte mensen in mijn jeugd waren de bediendes en de arbeiders. Als kind was ik mij bewust van het grote verschil tussen wit en zwart. Er was maar weinig sociale interactie, slechts een oppervlakkig contact, zeg maar. Pas later, als tiener meisje, ontwikkelde ik een ander beeld, dat beangstigend genoemd mag worden. En als student aan de universiteit werd ik me steeds meer bewust van wat er zich allemaal afspeelde. De politiek werd steeds grimmiger. Studenten voerden veel protest acties tegen de regering. Ik groeide op in een streng regime, in een politiestaat. Het was een zeer verwarrende tijd. Aan de ene kant voelde ik dus wel dat er iets scheef zat in die wit-zwarte verhoudingen, maar aan de andere kant was ik er tegelijkertijd zo mee vergroeid, dat ik er ook niet van kon loskomen."

Het lijkt erop dat je de verwarring, waarover je het hebt, in je tekeningen een plaats probeert te geven. Is het inderdaad een soort verwerkingsproces en zo ja, hoe heb je daar, artistiek gezien, vorm aan gegeven?

"Het kleurgebruik is zeer kenmerkend voor mijn tekeningen. Ik werk voornamelijk met rood, zwart en wit of combinaties daarvan. Ik werk met 'oil-bars', oliepastel. Toen ik mijn tekeningen laatst bekeek, besefte ik plotseling dat het net foto's waren, zoals je die in een donkere kamer ziet. Dat komt door het rode kleurgebruik. En eigenlijk is dat ook heel toepasselijk op zwarte mensen in een wit land. Je ziet ze wel, maar toch zijn ze anders dan in werkelijkheid. Ik bedoel niet qua uiterlijk, maar juist sociaal gezien! Een vriend vertelde mij in dit verband een mooie anekdote. In Parijs - het was al laat in de avond en dus donker op straat - wilde hij een taxi instappen toen hem plotseling op de achterbank een wit gebit opviel. Daar zat dus een zwarte man, maar die had hij aanvankelijk helemaal niet gezien. En dit is precies de problematiek die ik in mijn tekeningen behandel. Hoe zichtbaar ben je als zwarte in een wit land?"

Ik zie aan de muur in je atelier ook een paar portretten van witte mensen. Zijn dat de rijke blanken?

"Nee, niet per se. Er is een missionaris, een kunstenaar of twee, maar ook bijvoorbeeld een lid van de geheime politie. Die herken je niet, want die heeft altijd 'gewone' kleren aan. Die man met die zonnebril is heel typerend voor het straatbeeld in Zuid-Afrika. Alleen witte mensen droegen zonnebrillen!"

De titel van de portrettenreeks is 'Little Saints'. Je zegt echter dat het om gewone mensen gaat. Vanwaar dan die verwijzing?

"Met 'little' wil ik alleen zeggen dat het niet om beroemde mensen gaat, maar om de 'gewone man' in Zuid-Afrika. Het 'saints' is geÔnspireerd op de langwerpige panelen die je in oud Zuid- Nederlandse altaarstukken aantreft. Aan de onderkant daarvan lieten ook de plaatselijke opdrachtgevers zich vaak afbeelden. Die langwerpige vorm is ook heel typerend voor mijn recente werk. Mijn personages hebben een gedrongen uiterlijk, want op zo'n langwerpig oppervlak moet je informatie comprimeren. Maar 'kleine mensen' wil absoluut niet zeggen dat het pieperige figuren zijn. Ze hebben namelijk een monumentale uitstraling. Ik vind dat een interessante, spannende tegenstelling."


De drie tekeningen van bomen, achter in je atelier, lijken je gevoelens ten aanzien van je geboorteland Zuid-Afrika samen te vatten. De 'Township tree', een kale boom, spreekt denk ik voor zich. De 'Namib tree' staat waarschijnlijk voor je liefde voor de natuur? Alleen de Aloe-tree lijkt nogal afwijkend van je andere werk. Je gebruikt roze en grijze tinten.

"Deze serie heet 'Famous trees'. Wat betreft die afwijkende kleuren: af en toe maak ik een uitstapje en experimenteer ik met kleur. Maar het is eigenlijk niet zo heel erg verschillend, want de basiskleuren zijn nog steeds wit, rood en zwart, maar dan in andere combinaties. De 'Township tree' verwijst inderdaad weer naar de sociale en maatschappelijke ongelijkheid, die ook in mijn portretten naar voren komt. De 'Namib tree', vernoemd naar de gelijknamige woestijn in het aangrenzende NamibiŽ, symboliseert voor mij het mysterie van de natuur, maar ook zeker de schoonheid daarvan."

Casper Wichers


Wanneer en waar

  • Expositieperiode was t/m 24 dec 2003
SBK Breda
Markendaalseweg 48
4811 KC Breda
076-5436510

open: wo t/m vr 12.00-18.00, za 12.00-17.00


Kunstenaar

Michele Tabor