After nature

 
Stephan Balleux
 
Amanda Besl
 
Michael van den Bess...
 
Charley Case
 
Colin Cook
 
Frans Franciscus
 
Joy Garnett
 
Joy Garnett
 
Gauthier Hubert
 
Elizabeth Huey
 
Anya Janssen
 
Jan De Lauré
 
Jacques Lizène
 
Mathieu
 
David Nicholson
 
Ronald Ophuis
 
Léopold Rabus
 
Terry Rodgers
 
Terry Rodgers
 
Terry Rodgers

Over de expositie

‘After Nature’, de titel van de nieuwe tentoonstelling die Jérôme Jacobs in zijn galerie Aeroplastics organiseert, moeten we letterlijk vertalen als ‘naar de natuur’, een term die refereert aan de principes van de schone kunsten. Uiteraard gebeurt dit met de nodige ironie, want over welke natuur gaat het? Niet over de geïdealiseerde natuur van de academische schilders, zo blijkt uit het werk van Joy Garnett (USA) die beelden toont van de ontploffing van een Concorde in volle vlucht, van de Challenger shuttle die uiteenspat, van lichtkogels in de Iraakse nacht, de ontploffing van atoombommen, van gijzelingen of rellen: allemaal beelden die diep verankerd zijn in het bewustzijn van het einde van de 20e en het begin van de 21e eeuw. Hieraan verwant is het werk van Ronald Ophuis (NL) die zijn blik richt op de slachtingen van Srebrenica, maar de beelden toont zonder de sensatiezucht waarmee deze getuigenissen over de dodenkampen de wereld werden ingestuurd; hij benadert ze vanuit een op de suggestie gebaseerde reflectie – zonder echter ooit de evocatie van het macabere achterwege te laten. De jonge Mathieu (B), die voor het eerst tentoonstelt in een galerie, laat zich eveneens inspireren door actualiteitsfoto’s, die hij retoucheert en overschildert en waarvoor hij heel ongebruikelijk wasdoek als drager gebruikt. Jan De Lauré (B), die eveneens voor het eerst exposeert, sluit aan bij de sterke tendens om het hyperrealisme opnieuw te exploreren. Hoewel Terry Rodgers (USA) een gelijkaardige techniek gebruikt, haalt hij zijn inspiratie niet uit de actualiteit op tv of op de straat, maar in de wereld van de glamour en de jet set, waar partnerruil, cultus van het lichaam en verveling schering en inslag zijn, zoals blijkt uit zijn schilderijen met verzadigde kleuren. Hoewel de door Michael Van den Besselaar (NL) geschilderde schoonheidskoninginnen esthetisch perfect getypeerd zijn, lijken ze uit een andere wereld te komen. Voor zijn reeks vrouwenportretten die de extreme artificialiteit inherent aan elk televisieoptreden benadrukken, gebruikt hij eveneens beelden van het kleine scherm. David Nicholson (CAN) gebruikt vaak persoonlijke foto’s, die hij indien nodig voor de compositie retoucheert – dat blijkt onder meer op de foto van twee kinderen die met een schedel spelen, of de op een Mahgrebiaanse binnenkoer genomen foto van het karkas van een schaap dat in zijn compositie een bijna heroïsch allure krijgt. De kleine schilderijen van Amanda Besl (USA) doen dan weer denken aan polaroïds van vluchtig genomen details, herwerkt in expressionistische stijl, zonder afbreuk te doen aan de – vaak geveinsde – onschuld van haar adolescente modellen. Marianna Gartner (CAN) geeft de voorkeur aan beelden uit het begin van vorige eeuw. Zij bewerkt stijve foto’s van kinderen die met hun lievelingsspeelgoed voor een decor poseren om ze een nu eens humoristisch en dan weer een sinister aura te geven. De oncontroleerbare expressie van Anya Janssen (NL) contrasteren met deze georkestreerde ensceneringen, net zoals de spottende toon van de portretten en zelfportretten van Colin Cook (USA). Terwijl de subtiele composities van Eric White (USA) nog een rechtstreekse, hoewel subtiele relatie hebben met de reproductie van de realiteit, geeft Léopold Rabus (CH) toe dat hij probeert ‘om het precieze moment waarop de geest al dan niet vrijwillig, het menselijk lichaam verlaat, vast te leggen.’ In een totale verwarring van de genres, is de erotisch-mystieke verbeeldingswereld van Frans Franciscus (NL) zowel door Memling, Van Eyck en Pontormo als door modefoto’s geïnspireerd. Het werk van Elizabeth Huey (USA) lijkt hieraan verwant, maar het heeft een iets lichtere toon. De pasteuze schilderijen van Stephan Balleux (B) contrasteren met de vluchtige lavis van Charley Case (B), terwijl de composities van Thierry Feuz (CH) een door de microscoop geobserveerde fantastische vegetale wereld oproepen. Gauthier Hubert (B) drijft de spot met de stijl van zondagsschilders, terwijl Jacques Lizène (B) de enige is waarvan kan gezegd worden dat zijn schilderkunst ‘echt stront is!’.

Pierre-Yves Desaive


Wanneer en waar

  • Expositieperiode was t/m 28 apr 2005
AEROPLASTICS Contemporary
186 rue Washington
B-1050 Brussel
+32-2-5372202

open: wo t/m vr 13.30-18.30, za 14.00-18.00, zo 11.00-14.00, of op afspraak