Annemiek Vera


Over de expositie

Het menselijk lichaam heeft altijd al een centrale rol gespeeld in mijn werk, met name alle ongemakken die met dat lichaam gepaard kunnen gaan. Naar mijn idee heeft de mens gebeurtenissen en veranderingen in en van het lichaam maar te ondergaan en te accepteren. Het is tot op zekere hoogte wel te manipuleren of te beïnvloeden, maar uiteindelijk blijft de geest ondergeschikt aan het lichaam. Een ieder zit levenslang vast aan het lichaam waarmee men geboren wordt. Soms wordt dit ervaren als erin vast- of gevangenzitten omdat er geen grip is op ouder worden, ziekten noem maar op. Dit gegeven vind ik zeer boeiend; de beleving van het vastzitten in een lichaam met in het bijzonder de gevoelens van ongemak die dat oproept.
Het meisje in de puberteit is voor mij een symbool voor het gevangenzitten in een lichaam, omdat er in de puberteit met het meisje zoveel gebeurt waar ze geen controle over heeft. Ze maakt een grote lichamelijke verandering door; ze transformeert van meisje naar vrouw; een gebeurtenis waarbij ze zich zeer ongemakkelijk kan voelen.
Ik vind het boeiende aan het lichaam dat ondanks de machteloosheid ten aanzien van lichamelijke veranderingen, er wel motorische controle over het eigen lichaam is. Ik ben in mijn werk op zoek naar een manier om deze tegenstelling, met het gebrek aan grip op verandering enerzijds en de controle over beweging anderzijds, te verbeelden. Ik zoek hiernaar in gezichtsuitdrukkingen, in lichaamstaal en in houdingen.
Het is voor mij heel erg belangrijk dat kunst een gevoel overdraagt. Soms is het gevoel van verbazing voor mij al voldoende om iets erg te kunnen waarderen. Het gevoel van verbazing mag dan voortkomen uit de verwondering over het materiaalgebruik en de techniek. Ik kan kleine fragmenten in een werk heel erg mooi vinden doordat het bij mij vragen oproept als: hoe is het gedaan; hoe is het gemaakt?
Dit aspect zoek ik ook in mijn werk. Ik vind het geweldig als mensen niet meteen zien hoe mijn tekeningen zijn gemaakt en er een gevoel van verwondering ontstaat.
Materiaal is heel erg belangrijk in mijn werk. Ik ben tijdens mijn academieperiode al veel op zoek geweest naar de zeggingskracht van materialen en hoe die samen met mijn beeld één konden worden. Hiermee bedoel ik: hoe kan ik het materiaal gebruiken zodat het het beeld versterkt?
Ik wil daarbij proberen te voorkomen dat het op het eerste gezicht duidelijk is hoe het is gemaakt. Er moet iets te raden over blijven. Enerzijds zoek ik dit in het materiaalgebruik, anderzijds zoek ik dit in het beeld zelf. Ik ben door het zoeken naar de voor mij ideale lijn op mijn eigen techniek gekomen. Deze techniek suggereert dat de tekening ruimtelijk is. De lijn waarmee ik teken is trillerig, fijntjes, scherp en sensitief en moet er door de techniek in één keer goed staan. De tekening is hierdoor heel minimaal, gevoelig en concreet.
Ik zoek mijn gegeven dus in het materiaal en in het beeld. Ik heb een serie portretten gemaakt van meisjes met een badmuts. Alle portretten hebben een gezichtsuitdrukking die verraadt dat het afgebeelde meisje zich ongemakkelijk voelt. Ik heb de gezichten in een achtergrond van ouderwets behang geplaatst. Door het gebruik van behang als achtergrond voor mijn portretten, wil ik een omgeving creëren waar het meisje gevoelsmatig niet hoort. De uitdrukking van het meisje is heel erg belangrijk en die wordt naar mijn idee nog eens versterkt doordat de omgeving niet bij het meisje past.
De badmuts gebruik ik ook om deze reden. De toeschouwer moet gericht worden op het gelaat, op de uitdrukking van het meisje. Met het zichtbaar laten van het haar zou ik de essentie wegnemen en de toeschouwer dus afleiden.
Tegelijkertijd refereer ik met deze badmuts direct aan het zwemmen, de fysieke vrijheid in het water. Dit tegenover het gevangen zitten in een lichaam en je daar niet vrij door voelen, maar ongemakkelijk, geremd en beklemd. Op deze gevoelens van ongemak wil ik de toeschouwer laten focussen. Ik wil dat de meisjes indringend kijken en een gevoel aan de toeschouwer overdragen, maar daar tegelijkertijd geen relatie mee aan gaan; ze blijven in zichzelf gekeerd.
In mijn fotografie zoek ik naar hetzelfde als waar ik in mijn tekeningen naar zoek. Het is voor mij ook erg belangrijk dat er iets in het beeld aanwezig is dat vragen oproept. Door het gebruik van de fotografie wordt het alleen afstandelijker en meer objectief. Ik probeer vragen op te roepen door te zoeken naar de juiste uitdrukking of houding. Het beeld manipuleer ik door het gebruik van ouderwetse kleding en/ of pruiken.


Wanneer en waar

  • Expositieperiode was t/m 31 okt 2003
Sanquin - Galerie Joghem
Plesmanlaan 125
1066 CX Amsterdam
06-55712124

open: ma t/m vr 09.00-17.00 uur, Melden bij receptie.


Kunstenaar

Annemiek Vera