De Stijl in Tilburg: De vriendschap tussen Antony Kok en Theo van Doesburg


Over de expositie

Antony Kok (Rotterdam 1882 - Haarlem 1967) kwam in 1899 in dienst bij de Staatsspoorwegen. Na eerst in 's-Hertogenbosch en Oisterwijk te hebben gewerkt kwam hij in 1908 terecht in Tilburg. In 1914 ontmoette Kok de Amsterdamse kunstenaar Theo van Doesburg, die tijdens de mobilisatie in de omgeving van Tilburg gelegerd was. De twee raakten bevriend en werkten op verschillende gebieden samen. Het bekendste resultaat van die samenwerking is het tijdschrift De Stijl, dat van 1917 tot 1932 verscheen en zich al snel ontwikkelde tot een van de belangrijkste media in binnen- en buitenland op het gebied van de eigentijdse beeldende kunst en architectuur. Mede-oprichters van De Stijl waren de schilders Mondriaan, HuszÓr en Van der Leck en en de architecten Oud en Wils.

In het eerste nummer van De Stijl van oktober 1917 nam Van Doesburg een beschouwing van zijn Tilburgse vriend op met de titel: De moderne schilderij in het interieur. Antony Kok zou in de loop van de tijd meer beschouwend proza in De Stijl publiceren. Hij was ook een van de ondertekenaars van de door Stijl-medewerkers gepubliceerde manifesten over beeldende kunst (1918) en literatuur (1920). Van Kok werden in het tijdschrift De Stijl twee gedichten opgenomen, die voor het grootste deel bestonden uit klanknabootsende woorden. Deze gedichten werden niet alleen door Theo van Doesburg, maar ook door Piet Mondriaan en Kurt Schwitters beschouwd als een belangrijke bijdrage tot de vernieuwing van de dichtkunst. Schwitters nam het gedicht Stilte + stem (Vers in W) ook op in zijn eigen tijdschrift Merz. Ge´nspireerd door Schwitters schreef Kok in 1923 een aantal dada´stische gedichten, die echter pas na zijn dood werden gepubliceerd. Het overlijden van Theo van Doesburg in 1931 betekende het einde van het tijdschrift De Stijl. In 1932 zou er nog een laatste aflevering verschijnen met daarin een In memoriam van de hand van Kok; dat zou tevens zijn laatste publikatie zijn. De omvangrijke briefwisseling tussen Van Doesburg en Kok is een van de belangrijkste bronnen met betrekking tot de geschiedenis van de beweging rond het tijdschrift De Stijl.

Antony Kok was een groot kunstminnaar en een mecenas, niet alleen voor bijvoorbeeld Piet Mondriaan maar ook voor regionale kunstenaars. Na het overlijden van zijn vriend Theo van Doesburg schreef hij nog zelden gedichten, maar legde zich geheel toe op het schrijven van aforismen. Tot aan zijn dood zou hij er vele duizenden schrijven, die hijzelf echter nooit heeft gepubliceerd. In 1942 ging Antony Kok met pensioen bij de spoorwegen. De jaren daarna zou hij zijn belangstelling voor het spiritisme en de filosofie verder cultiveren en zich in 1946 aansluiten bij de beweging van De Rozekruisers. Terwille van die beweging verhuisde hij in 1952 naar Haarlem. In deze stad maakte Kok kennis met de schilder Kees Verweij, die ruim veertig portretten van hem maakte. De tekeningen, die door Kok van een titel waren voorzien, werden tentoongesteld, onder andere in het Stedelijk Museum Amsterdam en het Van Abbemuseum in Eindhoven (1954-1955).

Na Kok's dood raakte de collectie over de hele wereld verspreid. Zo beschikt het Museum of Modern Art in New York over een werk van Mondriaan uit 1921 dat ooit in Tilburg aan de muur hing.

De tentoonstelling in De Pont, die samenvalt met het 15-jarige bestaan van het museum, wordt samengesteld door dr Alied Ottevanger, die onderzoek deed naar de briefwisseling tussen Kok en Van Doesburg.

Bron: Jef van Kempen in Brabantse biografieŰn. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 1 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Meppel/Amsterdam 1992).


Wanneer en waar

  • Expositieperiode was t/m 6 jan 2008
De Pont Museum
Wilhelminapark 1
5041 EA Tilburg
013-5438300

open: di t/m zo 11.00-17.00 , geopend op erkende feestdagen, behalve 25 dec, 1 jan en 30 april, entree Ç 12,50, museumkaart geldig