The making of ... : Projects from the TextielLab

 
Maarten Baas
 
Bart Hess
 
Digna Kosse

Over de expositie

Voor de derde keer brengt Audax Textielmuseum Tilburg een boeiend overzicht met alle juweeltjes die de afgelopen jaren in het TextielLab zijn ontstaan. Na ´Made in Tilburg´ en ´Van Labyrinth tot Big Mama´ ligt de nadruk in ‘The making of … Projects from the TextielLab’ op het ontwerp- en maakproces van een aantal designproducten, fashion en kunstwerken. Welke manier van denken en werken ligt ten grondslag aan een product? Speelt duurzaamheid een rol in het ontwerpproces? Hoe verloopt de realisatie van stap tot stap? Het werk, maar vooral de werkwijzen, van ontwerpers en kunstenaars van naam, zoals Bertjan Pot, Maarten Baas, JanTaminiau of Barbara Broekman en van aanstormend talent als Mara Skujeniece, Bart Hess of Digna Kosse, worden onder de loep genomen.

De expositie
Er is speciale aandacht voor de verschillende benaderingswijzen van de ontwerpers en kunstenaars. Hoe gaan zij, ieder op hun eigen manier, het ontwerpproces in: schetsend op papier, modellen makend in het atelier, werkend aan de computer of fotograferend in real life? De inspiratiebronnen, schetsen, computerprints, modellen en filmpjes laten zien hoe de weg loopt die ontwerpers afleggen voordat hun werk klaar is voor productie.
Daarnaast wordt de feitelijke realisatie van de tapijten, stoffen, interieurproducten, kunstwerken en mode-oufits in beeld gebracht. In het TextielLab staan productontwikkelaars de ontwerpers terzijde om hun ideeën in producten om te zetten. Handgetekende ontwerpen moeten worden ingescand om ze uit te kunnen voeren op de computergestuurde weef- of breimachines, digitale ontwerpen worden omgezet en bewerkt alvorens er wordt geweven of geborduurd. Veel kleur-, structuur- en materiaalproeven volgen. Er moeten garens worden besteld en tot slot vinden er nabewerkingen plaats, zoals printen, vervilten, stomen of confectioneren.

Fashion design
Jan Taminiau maakte in februari furore met zijn couture collectie ‘Irradiance’. Minder bekend is, dat alle stoffen hiervoor in het TextielLab zijn geweven. Een van zijn outfits, gemaakt van reflecterend en glow-in-the- dark garen, is op de tentoonstelling te zien, samen met weefproeven en ontwerpschetsen.

Conny Groenewegen en het label Painted (Saskia van Drimmelen, Margreet Sweerts) presenteren op de 3D breimachine gemaakte modellen, terwijl de recent aan de Design Academy Eindhoven afgestudeerde Borre Akkersdijk outfits liet maken van breisels die met een vuldraad zijn opgevuld. Het resultaat is een aantal ‘stuffed’ kledingstukken: een broek, parka, cape en colbert, waarvan de onderdelen kant-en-klaar uit de machine komen.

Van Digna Kosse is een drietal ‘Minimal Dresses’ te zien, een fashion statement, aangezien het slechts de outlines van jurken zijn. Geďnspireerd door het motto ‘less is more’ liet zij voor dit project op een ambachtelijke wijze in de passementweverij van het TextielLab koorden draaien, hiermee aansluitend op de vernieuwde aandacht voor ambacht en traditie.

Op de huid
Enkele ontwerpers hebben hun inspiratie gezocht in de dierenwereld. Bart Hess maakte in opdracht van het museum een serie geborduurde en gebreide proefstalen, waarin het thema vervellen en het groeien van een huid centraal staan. Het project noemt hij ‘Ecdysis’, wat de naam is voor het transformatieproces waarin een slang haar oude huid afwerpt. Verwijzingen naar de medische wereld, maar ook naar bijzondere natuurverzamelingen van bijvoorbeeld slangenhuiden, insecten of vlinders, zijn zichtbaar in Hess’ wijze van presenteren. Als kleine verzamelobjecten zijn de samples met spelden in doosjes vastgeprikt. Als vervolg op deze proeven maakte hij een animatiefilm: hierin barst een coconachtige vorm, opgebouwd uit de in het TextielLab gemaakte stoffen, langzaam uit zijn huid en illustreert hiermee het vervellingproces.

Voor het geweven ‘monster’ van Maarten Baas, dat het midden houdt tussen object en vloerkleed, was het uitgangspunt imitatiebont. Dat is meestal gemaakt om te lijken op het bont van een echt dier. Er zijn ook voorbeelden van ‘fantasie’ bont, waarbij wel de uitstraling en het gevoel van bont zijn nagestreefd, maar waar geen relatie is gelegd met bestaande dieren. Maarten Baas: ‘Want waar fantasiebont is, was een fantasiedier. We willen tapijten maken zoals die grote dierenhuiden waar de kop en de poten nog aanzitten. Maar in dit geval worden de dieren dus zelf verzonnen, als het ware “fantasiemonsters”. Tegelijkertijd wordt er dus “bont” ontwikkeld en een dier ontworpen.’ Baas begon met experimenten om geloofwaardige monsterhuiden van textiel te ontwikkelen. Een groot aantal microscopische beelden van bijvoorbeeld pollen, maar ook verschillende dierenhuiden, gladde, harige, rubberachtige of met schubben bekleed, waren de inspiratiebronnen, waaruit na talloze materiaal- en kleurproeven de twee ‘Animal Skins’ ontstonden.
Ook Nanna van Blaaderen liet zich in haar gebreide collectie ‘Species’ leiden door de gedachte een alternatief te bieden voor dierenhuiden als fashion- en interieurproduct. Gefascineerd door de schoonheid en diversiteit van de dierenwereld, ontwierp zij een serie gebreide stoffen die door middel van hun driedimensionaliteit en structuren, de vachten en patronen van verschillende diersoorten verbeelden.
Zachte pastelkleuren, grillige vormen en een rijke structuur: de vloerobjecten van beeldend kunstenaar Lizan Freijsen zijn geënt op de wonderbaarlijke wereld van korstmossen. Gefascineerd door hun kleuren en hun textuur liet zij een serie grillige kleden, ‘Muurschotelkorstmossen’, in het TextielLab tuften. Een viertal is door het museum aangekocht, samen met de foto’s van de echte korstmossen die zij in Frankrijk fotografeerde.

Alle projecten zijn opgenomen in de collectie van het Textielmuseum. Een groot aantal werd op speciale uitnodiging van het museum in het TextielLab gerealiseerd.

Weblog
De voorbereidingen van de tentoonstelling - letterlijk: the making of … - zijn te volgen op onze weblog, zie www.textielmuseum.nl De weblog biedt tot aan de opening een kijkje in de keuken: hoe komt het ruimtelijk ontwerp van de tentoonstelling tot stand, wat gebeurt er met de ontwerpen en de kunstwerken in het depot, hoe verloopt de bouw en opbouw van de tentoonstelling?

TextielShop
Naast het designassortiment dat de TextielShop biedt, zijn speciaal enkele ontwerpen, die ook worden gepresenteerd in de tentoonstelling, in productie genomen. Bertjan Pot ontwierp een font (een lettertype), dat vanuit weefbindingen is opgebouwd. Hij gebruikte dit voor een tafellaken dat geheel met tekst is gevuld. Mara Skujeniece maakte, geďnspireerd door haar geboorteland Letland, een serie warme en koude doeken. Het zijn plaids, omslagdoeken, tafellakens, droogdoeken en een schort die onderling fraai te combineren zijn.
Daarnaast is het Yearbook TextielLab 2010 te koop, dat in april in Milaan wordt gelanceerd. Het bevat interviews met ontwerpers en een beeld van de meest interessante projecten uit het TextielLab van het afgelopen jaar.

Aan de tentoonstelling nemen deel:
Borre Akkersdijk, Maarten Baas, Nanna van Blaaderen, Barbara Broekman, Mae Engelgeer, Thomas Eurlings, Lizan Freijsen, Conny Groenewegen, Maria Hees, Bart Hess, Digna Kosse, Painted (Saskia van Drimmelen, Margreet Sweerts), Bertjan Pot, Mara Skujeniece, Studio Maarten Kolk & Guus Kusters, Studio Makkink & Bey, JanTaminiau.

Voor de ruimtelijke en grafische vormgeving van de tentoonstelling tekent Studio Maarten Kolk & Guus Kusters (Eindhoven).


Wanneer en waar

  • Expositieperiode was t/m 11 sep 2011
TextielMuseum Tilburg
Goirkestraat 96
5046 GN Tilburg
013-5367475

open: di t/m vr 10.00-17.00, za en zo 12.00-17.00, gesloten 1 jan, 30 apr, 5 mei, 1e paas- en pinksterdag, 25 dec, entree € 7,00 voor volwassenen, kinderen t/m 6 jaar gratis, 7 t/m 12 jaar €1,75 en 13 t/m 18 €3,00