Agnes van den Brandeler en Charlotte van Pallandt: Aristocraten in de kunst

 
Agnes van den Brandeler

Over de expositie

Charlotte van Pallandt (1898-1997) behoort tot de belangrijkste Nederlandse beeldhouwers van de twintigste eeuw. Zij ontworstelde zich aan haar adellijke milieu en werd volledig geaccepteerd door haar collegaís. Schilderes Agnes van den Brandeler (1918-2002) bleef altijd een standsbewuste aristocrate, op gepaste afstand van de officiŽle kunstwereld. Maar dat ook zij een buitengewoon boeiend oeuvre opbouwde, bewijst de dubbeltentoonstelling van beide aristocraten in de kunst, die vanaf eind augustus te zien is op Kasteel het Nijenhuis in Heino/Wijhe. Het werk van Van Pallandt is voor de regelmatige bezoeker van Museum de Fundatie ongetwijfeld een feest der herkenning, het werk van Van den Brandeler zal daarentegen voor velen een ontdekking zijn.
Agnes van den Brandeler studeerde in de oorlogsjaren korte tijd aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Dat zij van de academie werd weggestuurd, zoals ze later zelf graag vertelde, had niet in de laatste plaats te maken met haar eigenzinnigheid. Die eigen-zinnigheid karakteriseert ook haar werk. Tijdens een eerste bezoek aan Parijs in 1947 kwam ze pas echt op gang. Wat opvalt aan de landschappen en interieurs die ze daar schilderde, zijn de vlotte toets en de lichte on-Hollandse kleuren. Terug in Nederland werd haar werk door de critici niet alleen goed, maar ook met een zekere verbazing ontvangen. De reis naar Frankrijk was het begin van een lange periode van reizen, die zou duren tot eind jaren zestig. In haar oeuvre hebben behalve haar verblijven in Frankrijk ook die in Spanje, ItaliŽ en Griekenland nadrukkelijk hun sporen nagelaten.

Hoewel ze de experimentele kunst van Cobra en aanverwanten volkomen lijkt te hebben gemist of genegeerd, was Van den Brandeler wel bijzonder geÔnteresseerd in de abstracte werken van de tweede generatie schilders van de …cole de Paris. Ze gaf zich er weliswaar niet meteen aan over, maar bestudeerde deze gematigd modernistische kunst niettemin zeer grondig. Vooral het (semi-)abstracte werk van de jong overleden Nicolas de StaŽl zou haar door de jaren heen steeds meer gaan fascineren. Tussen 1965 en 1973 maakte ze onder invloed van de in artistiek opzicht tamelijk geÔsoleerde Russisch-Franse schilder, net als zijzelf van adellijke komaf, alleen nog maar abstracte composities. Eigenzinnig als ze was, legde zij zich vanaf diezelfde jaren zestig toe op het traditionele icoonschilderen, dat geen enkele vernieuwing toelaat, een bezigheid die ze tot aan haar laatste levensjaren volhield.

Vanaf 1973 bewoonde Van den Brandeler met haar echtgenoot een herenboerderij in het Gelderse Hengelo, tussen Zutphen en Doetinchem. Met de intimiteit van het huiselijke leven kwam ook de figuratie weer terug in haar kunst, waarin echter de abstractie wel altijd een factor van betekenis bleef. In deze tijd ontstonden met name veel interieurs, stillevens, bloemstukken en tuingezichten. In Hengelo had zij onder meer contact met jonkvrouw Jeanne Bieruma Oosting, die regelmatig in het naburige Almen verbleef en landelijk bekendheid genoot als schilderes. Beeldhouwster Charlotte van Pallandt, die andere adellijke dame uit de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw, leerde Van den Brandeler pas halverwege de jaren tachtig kennen. Van Pallandts sculpturen had zij al in de jaren vijftig gezien en bewonderd, maar zij had haar niet eerder durven benaderen. Tussen 1984 en 1986 maakte Van de Brandeler een aantal sprekende portretten van Van Pallandt.

Charlotte van Pallandt en Agnes van den Brandeler hebben meer gemeen dan hun adellijke af-komst. Beiden hebben hun leven volledig in het teken van de kunst gesteld. Beiden ontdekten zichzelf in Parijs. Beiden zochten in hun werk naar een balans tussen figuratie en abstractie. Verschillen zijn er uiteraard ook. Van Pallandt was een generatie ouder dan Van den Brandeler. Toen na 1945 de figuratie onder druk kwam te staan, had Van Pallandt zich al grotendeels ge-vormd op kunstgebied, terwijl Van den Brandeler haar eigen weg nog moest vinden. Daar komt bij dat de figuratie in de naoorlogse Nederlandse beeldhouwkunst nooit zodanig werd weggedrukt als dat (tijdelijk) het geval was in de schilderkunst. Een ander verschil is dat waar Van Pallandt zich bewust afzette tegen haar milieu, Van den Brandeler dit milieu juist gebruikte om in de luwte te kunnen doen wat zij zelf belangrijk achtte voor haar artistieke ontwikkeling. Daardoor bleef haar werk voor het grote publiek zo goed als onzichtbaar. In diezelfde jaren groeide Van Pallandts reputatie gestaag, mede door enkele prestigieuze publieke opdrachten.

Kasteel het Nijenhuis geldt sinds Van Pallandts portret van museumoprichter Dirk Hannema in 1974 en de schenking van haar gipsen beelden door de Erven Van Pallandt in 1998 als de thuisbasis van de beeldhouwster. Voor Van den Brandeler ligt dat anders. Een fraaie selectie schilderijen en tekeningen uit haar nalatenschap werd onlangs aan Museum de Fundatie geschonken door de Agnes van den Brandeler Stichting. Met de dubbeltentoonstelling maakt Van den Brandeler dus als het ware haar debuut op het kasteel, waarbij gezegd moet worden dat het statige decor haar en haar kunst als geen ander past. Van het werk van beide aristocraten in de kunst is een selectie gemaakt die hun carriŤres van begin tot eind omvat.


Wanneer en waar

  • Expositieperiode was t/m 5 jan 2014
Museum de Fundatie / Kasteel Het Nijenhuis
Nijenhuis 10
8131 RD Heino/Wijhe
0572-388188

open: Kasteel Het Nijenhuis , Nov t/m feb, do t/m zo 11.00-17.00, Mrt t/m okt, di t/m zo 11.00-17.00, Gesloten op 25 dec en 1 jan., entree Ä 12,50, Museumkaart, Rembrandt, ICOM : gratis


(advertentie)


Meer info over adverteren