RŁdiger Seidt  (1965)

Seidt houdt in zijn plastieken slechts het basisprincipe van de vier vlakken (tetraŽder) vast, hij ziet af van hun gelijkzijdigheid. Dat biedt hem speelruimte in de vormgeving. De vlakken verschillen in omvang. Vormen groeien boven de geometrische grondvorm uit. In steeds weer nieuwe varianten voegt hij de driehoeken samen, gebogen en gedraaid spitstoelopend, spiraalvormig, uitgerekt of ingedrukt, halfliggend of staand. Op die manier ontstaan plastieken mooi van vorm, evenwichtig, met een opvallende opzet van lijnen en vlakken. Door hun vorm, in hun verhouding van lijnen en vlakken, scheppen ze ruimte of perken ruimte juist in. Er ontstaat een poŽtische nuancering. Door de draaiingen, buigingen, variatie van vlakken is de tetraŽder als grondvorm nauwelijks meer terug te vinden. Zeker niet als eerste kenmerk. Pas de onvermijdelijke vraag ďhoe is dat gemaaktĒ leidt in het zoeken naar een antwoord terug naar de grondvorm. De draaiing is dusdanig dat het verloop van lijnen en vlakken aan de achterkant van een plastiek niet te vermoeden zijn. Afhankelijk van de positie van de waarnemer biedt het plastiek een steeds verschillende aanblik.
Met de tetraŽder lijkt Seidt te gaan in de richting van de geometrisch abstracte ook wel concrete kunst, Hij voegt echter aan het nuchtere mathematische een poŽtische nuancering toe. Het getal vier is meer symbolisch en de poŽtische nuance wordt gevoed door de van oorsprong vier klassieke elementen water, aarde lucht en vuur.
Seidt vertaalt zijn ideeŽn met een grote vanzelfsprekendheid en sterk intuÔtief. Steeds weer vallen op de aan de basis liggend wetmatigheden, speciaal de impact van de sculptuur op de ruimte, voordat begrepen wordt wat deze mooie werken eigenlijk inhouden en waaraan zij hun kracht ontlenen. Vakmanschap en innerlijke creatieve kracht, intuÔtie en gevoel voor het esthetische gaan in zijn werk een perfecte verbinding met elkaar aan.

Exposities (komt nu voorbij)


Werken Toon afbeeldingen in apart venster

toon detailinformatie >>