Van: marjolijnvanriemsdijk@xs4all.nl - 7/4/2006

betreft expositie: Ritsaert ten Cate: Time Frames for God’s Letterbox

Gesprek met Ritsaert ten Cate bij Reuten Galerie

Het is duidelijk dat Ritsaert ten Cate iets wil vertellen over de absurde wereld waarin we leven. Een wereld waarin het verschrikkelijke ook mooi kan zijn, zoals op zijn serie aquarellen van prachtige kleurschakeringen veroorzaakt door een kernbomexplosie. Zijn achtergrond als theaterman is af te zien aan de installatie van een smetteloos witte pauw met daarachter een met bloed besmeurde wand waarop de graffiti j'ai faim. Het is een beeld dat je bijblijft. Theatraal is ook de adelaar die bovenop een toren van palen met krantenberichten over genocide, oorlog, vluchtelingen, noem maar op. In een vitrine hangen esthetisch gerangschikte speelgoedgeweren in diverse soorten en maten.
Het is het werk van een geëngageerd kunstenaar, om die gedateerde term maar weer eens van stal te halen. Voor de een een gruwel, voor de ander een noodzaak. Ritsaert ten Cate hoopt zelf dat hij beschouwd wordt als geëngageerd. Dat was zo in zijn Mickerytijd, waar hij met theater de mensen wilde raken, in de tijd toen hij DASarts leidde, de tweede fase theateropleiding, en nu, in zijn volgende carrière als beeldend kunstenaar.

Die beeldende kunstkant van hem is niet nieuw, zegt hij, “die komt uit mijn Mickeryperiode toen ik voor mijn eigen producties de environments ontwierp. Tijdens de DASartsperiode zette ik ook af en toe in de Westergasfabriek dingen in elkaar, die doorgingen voor beeldend werk. Daarna had ik ook wel werk gemaakt. Mijn eerste tentoonstelling als autonoom beeldend kunstenaar was bij Reuten en toen kreeg ik al direct de Sandbergprijs. Maar de werkelijke doorbraak was dat ik een jaar kon werken bij P.S.1 in New York, in een eigen studio. Met zeven andere kunstenaars was ik al door de Nederlandse commissie voorgedragen, en de Amerikaanse commissie wilde nu eens een ouder en ervaren kunstenaar, zo is het gekomen.”
Uit die vruchtbare New Yorkse periode stamt de adelaar op palen: “Die adelaar, hèt symbool van Amerika, heb ik daar op straat gekocht van een Chinees meisje, hij kwam uit China en hij was gemaakt van zeehondenbont. Ook veel andere dingen die ik in New York kocht, zoals het oorlogstuig voor kinderen, was allemaal ‘made in China’. Zullen ze daar in China niet een heel raar beeld hebben van Amerika? Dat Gods Letter Box, een deel van de titel van mijn tentoonstelling bij Reuten, kwam bij mij op toen ik in New York uit mijn atelier naar buiten keek en opeens een opening in de wolken zag.”
Na zijn tijd bij P.S.1 meldde Ten Cate zich aan bij de Rijksacademie. “Het grote verschil met de P.S.1 en de Rijksacademie was dat het eerste eigenlijk alleen een gesponsorde ruimte bood, je zag daar zelden iemand, maar bij de Rijksacademie kon je kiezen uit een keur van internationale kunstenaars die met je in gesprek gingen over je werk, dat was fantastisch.”
In zijn eigen beleving doet hij nog hetzelfde als wat hij vanaf het begin met Mickery heeft gedaan: uitdrukking geven aan reacties op signalen uit de samenleving.”Ik maak me zorgen over wat er gebeurt in de maatschappij en ik vind het af en toe heel erg nodig dat daar aspecten van worden uitgelicht en inzichtelijk gemaakt. Iedere dag worden we door kranten en televisie geconfronteerd met de wereld en ik hoop dat ik een eigen manier heb om daarover te ‘praten’. Wat betreft mijn recente tentoonstelling bij Reuten, daar krijg ik alleen reacties op in de trant van ‘mooi werk’, of ‘goede tentoonstelling’, maar niets over de inhoud. Dat komt dan ook van een relatief select groepje mensen dat galeries afloopt en die hebben het dan niet meer over de inhoud. Ik vind het jammer als er geen reacties zijn in de pers, en ik het belangrijk vindt dat specialisten komen kijken en commentaar geven, of het nu positief is of negatief. Dat ze het plaatsen binnen hun beeld over hoe kunst moet zijn. Ik hoop heel erg dat ik kunst maak zonder opgeheven vingertje, want dat had ik vroeger met theater wel heel erg. Het is belangrijk dat wanneer je kunstenaar bent, of denkt te zijn, dat je probeert iets te zeggen over de wereld om je heen. Trouwens, ik zou niet weten hoe ik het níet zou moeten doen. Ik hoop dat mijn commentaar betekenis heeft voor anderen.”
Marjolijn van Riemsdijk